LeeuwenStorm
Welkom
De Methodiek
Trainingen
Coaching
Referenties
Tarief en aanmelden
ROARR! Nieuwsbrief
Roos van Leary
NLP
Enneagram
JoHari Venster
Stephen Covey
Mind Tuning
Situationeel Leidinggeven
Roos van Leary
Leary heeft in 1957 een model ontworpen waarmee relaties tussen mensen in kaart gebracht kunnen worden: de zogenaamde "Roos van Leary". Dit model kan behulpzaam zijn voor het verkrijgen van meer zicht op het betrekkingsniveau.

Uit veel onderzoeken in de sociale wetenschappen naar menselijke relaties komen telkens twee hoofddimensies naar voren:
1. een dimensie rond controle, invloed en dominantie;
2. een dimensie rond intimiteit en affectie.

Dat wil zeggen, wanneer mensen met elkaar omgaan, is enerzijds sprake van macht en invloed of het ontbreken daarvan. Anderzijds van persoonlijke afstand of nabijheid.

De eerste dimensie betreft de mate waarin mensen invloed op elkaar uitoefenen.
Het ene uiterste van deze dimensie houdt in "veel invloed" (macht, overheersing, dominantie en dergelijke), het andere uiterste "weinig invloed" (volgzaamheid, onderwerping en dergelijke).
De invloed verdeling tussen gesprekspartners kan ook verschillende vormen aannemen. Wanneer de invloed verdeling gelijk is, spreken we van een symmetrische relatie. Wanneer ze ongelijk is van een complementaire relatie.

De tweede dimensie betreft hoe persoonlijk of afstandelijk de betrokkenen met elkaar omgaan. Op deze dimensie gaat het samenwerking of tegenwerking, sympathie of antipathie, affectie of afwijzing en alle varianten hiertussen.
Aan het ene uiterste van de samenwerking plaatsen we coöperatieve gedragingen als ondersteunen, helpen en assisteren; aan het andere uiterste allerlei gedragingen die afstand scheppen en tegenwerking impliceren.

Gaat de eerstgenoemde dimensie over de thematiek "boven of onder", de tweede dimensie gaat over "dichtbij of veraf" ofwel "samen of tegen". Leary heeft zijn model gebaseerd op deze twee dimensies: de "boven-onder" dimensie tekent hij verticaal, de "tegen-samen" dimensie horizontaal.
Met dit model kunnen symmetrische en complementaire interacties beter worden aangeven. Want er zijn heel wat symmetrische en complementaire interacties denkbaar.

Steeds wanneer gedrag uit een bepaalde sector, zeg leidend gedrag of agressief gedrag, beantwoord wordt met gelijksoortig gedrag, dus met eveneens leidend of agressief gedrag, is dit een symmetrische interactie.
Wanneer gedrag uit een bepaalde sector, bijvoorbeeld weer leidend of agressief gedrag, beantwoord wordt met gedrag uit de tegenoverliggende sector, dus met afhankelijk of met opstandig gedrag, is dit een complementaire interactie.

Uit onderzoek is gebleken dat de volgende patronen het meest voorkomen:
- leidend-afhankelijk,       en omgekeerd: afhankelijk-leidend;
- helpend-meewerkend,    en omgekeerd: meewerkend-helpend;
- competitief-agressief,    en omgekeerd: agressief-competitief.

Wat betreft symmetrie komen de volgende patronen in groepen het meest voor:
-  meewerkend-meewerkend     (samen - samen)
-  afhankelijk-afhankelijk           (samen - samen)
-  agressief-agressief                 (tegen – tegen)
-  competitief-competitief           (tegen - tegen)

Met andere woorden: "samen"-gedrag van de één wordt meestal beantwoord met "samen"-gedrag van de ander. "Tegen"-gedrag van de één roept meestal nieuw "tegen"-gedrag op.


WelkomDe MethodiekTrainingenCoachingReferentiesTarief en aanmeldenROARR! Nieuwsbrief